5e Linieregiment
Oprichting van het 5e Linie Regiment
Van 1814 tot 1830 maakte België deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. Binnen het Nederlandse leger werd een onderscheid gemaakt tussen Nederlandse en Belgische afdelingen. In 1829 telde het leger elf Belgische infanterie-eenheden.
Na de Belgische onafhankelijkheid besloot het Voorlopig Bewind onmiddellijk een eigen leger op te richten. Op 16 oktober 1830 werden officieren, onderofficieren en soldaten van de 14e Afdeling uit het Nederlandse leger ondergebracht in het Regiment van Maastricht. Destijds was Maastricht nog een Vlaamse stad. Bij decreet van het Voorlopig Bewind kreeg dit regiment op 25 november 1830 zijn definitieve naam: het 5e Linie Regiment. Op identieke wijze ontstonden alle regimenten genummerd van 1 tot 11.
De Tiendaagse Veldtocht
Tijdens de Tiendaagse Veldtocht in augustus 1831 verhinderden het 1e en 2e Bataljon van het 5e Linie Regiment elke uitval van de vijand vanuit de citadel van Antwerpen.
Het vaandel
Op 4 januari 1832 ontving het 5e Linie Regiment zijn vaandel uit handen van Koning Leopold I. Deze plechtigheid vond plaats op de Meir in Antwerpen.
Verdere inzet
Vanaf zijn oprichting namen officieren, onderofficieren en soldaten van het 5e Linie Regiment deel aan talrijke gevechten en buitenlandse expedities. Het regiment zette zich bovendien roemvol in tijdens beide Wereldoorlogen.
Algerije
Tussen 1840 en 1851 organiseerden verschillende Europese landen expedities om de Algerijnse opstanden te onderdrukken. Aan deze operaties namen ook officieren van het 5e Linie Regiment deel.
Risquons-Tout
In 1848 leidde de dreiging vanuit Frankrijk tot de oprichting van een Belgische mobiele brigade. Vanuit zijn garnizoensstad Doornik stuurde het 5e Linie Regiment een bataljon naar Moeskroen. Daar vonden gevechten plaats in de omgeving van het dorp Risquons-Tout.
De Mexicaanse expeditie
Tussen 1864 en 1867 namen militairen van het 5e Linie Regiment deel aan de Mexicaanse expeditie, ter ondersteuning van Keizer Maximiliaan van Mexico, die gehuwd was met een Belgische prinses.
Alle Belgische vrijwilligers werden samengebracht in een Belgisch legioen, onder bevel van Kolonel Baron Van Der Smissen, officier van het 5e Linie Regiment. Dit legioen wist zich bijzonder te onderscheiden tijdens de gevechten:
Tacambaro op 11 april 1865
Loma op 16 juli 1865
Marim op 25 september 1866
De mobilisatie van 1870
De spanningen tussen het Pruisische Rijk en Frankrijk in 1870 leidden tot de eerste mobilisatie van het Belgische leger. Het 5e Linie Regiment bestond toen uit vijf bataljons.
De eerste drie bataljons maakten deel uit van het observatieleger, belast met bewakingsopdrachten langs de Duitse en Franse grenzen.
Het vierde en vijfde bataljon behoorden tot het leger van Antwerpen, dat bij een eventuele invasie een terugtochtstelling moest verzekeren voor het Belgische leger.
Het 5e Linie Regiment leverde met succes een bijdrage aan de vrijwaring van de Belgische neutraliteit.
Congo
Vanaf 1877 werden verschillende Belgische expedities naar Congo georganiseerd. Aan deze missies namen ook militairen van het 5e Linie Regiment deel. In totaal leverde het regiment 10 officieren en 14 onderofficieren voor de kolonisatie.
De Eerste Wereldoorlog
Bij de mobilisatie in 1914 werd het 5e Linie Regiment ontdubbeld, wat leidde tot de oprichting van het 25e Linie Regiment en een Compagnie machinegeweren. Deze eenheden werden samengebracht in de 5e Brigade, die deel uitmaakte van het Veldleger.
Het 5e Linie Regiment was gelegerd in Antwerpen. Bij het uitbreken van de vijandelijkheden op 4 augustus 1914 bevond de 5e Brigade zich in de omgeving van Antwerpen. Na zware gevechten moest het Belgische leger de forten rond Luik één voor één opgeven. De Duitsers wonnen terrein en het Belgische leger trok zich langzaam terug.
De eerste uitval uit Antwerpen
Op 25 augustus 1914 zette de 5e Brigade, met het 25e Linie Regiment voorop, een uitval in vanuit Antwerpen richting Haacht. Het doel was de vijand in de flank aan te vallen. Door een gebrek aan artilleriesteun in vergelijking met de Duitsers werd het 25e Linie Regiment, samen met het 5e Linie Regiment, echter gedwongen zich terug te trekken naar Antwerpen.
De tweede uitval uit Antwerpen
Op 7 september 1914 besloot Koning Albert I tot een tweede uitval vanuit Antwerpen. Het 25e Linie Regiment slaagde erin Werchter, bij Rotselaar, te heroveren, waardoor de Duitsers zich moesten terugtrekken achter de Dijle. Het offensief werd verdergezet en de 5e Brigade kreeg de opdracht de Dijle over te steken bij Molen, een gehucht van Rotselaar genoemd naar de watermolen aan de rivier.
Het 5e Linie Regiment stak de brug over maar kwam onmiddellijk onder hevig vuur te liggen. Na deze tweede uitval zagen de Duitsers zich genoodzaakt eerst de vesting Antwerpen uit te schakelen. Dankzij hun flankacties vanuit Antwerpen slaagden het 5e en het 25e Linie Regiment erin de Duitse opmars aanzienlijk te vertragen.
De IJzer
De IJzer wordt beschouwd als de laatste nationale verdedigingslijn. Het 5e Linie Regiment bezette de voorpost Lombardsijde en wist met succes meerdere Duitse aanvallen af te slaan. Op 18 oktober 1914 werd het regiment echter gedwongen zich terug te trekken achter het sluizencomplex van Nieuwpoort.
Als erkenning voor de moed van de manschappen kreeg het regiment de toestemming om de vermeldingen “IJzer” en “Lombardsijde” op het vaandel te dragen. Tot 30 oktober 1914 werd er met wisselend succes verder gestreden, tot het opzettelijk onder water zetten van het gebied de Duitsers dwong zich terug te trekken. Daarmee begon de jarenlange loopgravenoorlog.
In de daaropvolgende periode werd het 5e Linie Regiment afwisselend ingezet in Nieuwkapelle, Sint-Jacobskapelle, Noordschoten, Diksmuide, Ramskapelle en Boezinge.
Het offensief
Op 28 september 1918 werd in Vlaanderen het grote offensief ontketend. Het 5e Linie Regiment veroverde daarbij de Duitse stellingen ten noorden van Diksmuide en nam de volledige “Flandernstellung” in.
Na de vijand uit Izegem en Ingelmunster verdreven te hebben, stuitte het regiment op zware weerstand in Oost-Rozebeke. Na hevige gevechten slaagde het erin de vijand volledig uit het dorp te verjagen. Als erkenning voor deze inzet mocht het regiment voortaan ook de vermelding “Oost-Rozebeke” op het vaandel dragen.
De opmars werd verdergezet tot 11 november 1918, de dag van de wapenstilstand.
Het interbellum
Na de wapenstilstand keerde het 5e Linie Regiment terug naar zijn oude garnizoensstad Antwerpen. In 1919 maakte het regiment deel uit van het bezettingsleger in de Ruhr en werd gelegerd in Aachen. Deze bewakingsopdracht duurde tot oktober 1920, waarna het regiment opnieuw naar Antwerpen terugkeerde. Tot 1924 volgden nog verschillende bezettingsopdrachten.
Op 30 oktober 1930 ontving het 5e Linie Regiment de Leopoldsnestel, in aanwezigheid van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Leopold. In erkenning van de inzet van het regiment tijdens september 1914 verleende Zijne Majesteit de Koning de toestemming om de vermelding “Antwerpen” op het vaandel te dragen. In 1933 verscheen het Gulden Boek, waarin de namen van de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog werden opgenomen.
De Tweede Wereldoorlog
Op 1 september 1939 werd het 17e Linie Regiment gemobiliseerd, bestaande uit oudgedienden van het 5e Linie Regiment. In datzelfde jaar ontstond ook het 35e Linie Regiment door een ontdubbeling van het 5e Linie, gevolgd door de oprichting van het 55e Linie Regiment op 28 december 1939.
Op 10 mei 1940 bevond het 5e Linie Regiment zich aan de Maas, in de omgeving van Luik. Diezelfde dag slaagden de Duitse troepen erin om de bruggen van Vroenhoven en Veldwezelt ongeschonden in handen te krijgen, en viel ook het fort van Eben-Emael.
Op 11 mei kreeg het regiment de opdracht zich op te stellen in de omgeving van Boortmeerbeek. Enkele dagen later, op 16 mei, werd het afgelost en gelegerd in een kantonnement nabij de kerk van Humbeek, aan de westzijde van het Kanaal van Willebroek. Op 17 mei werd dit kantonnement onverwacht aangevallen. Dankzij het doeltreffende optreden van het regiment kon worden voorkomen dat de vijand het kanaal overstak.
Op 18 mei volgde het bevel zich terug te trekken achter de Dender, waar het regiment het 2e Linie Regiment afloste in het bruggenhoofd van Gent. Het 5e Linie Regiment onderscheidde zich bijzonder door zijn standvastige verdediging van de stellingen bij Kwatrecht.
Op 28 mei 1940 capituleerde het Belgische leger en begaf het regiment zich in krijgsgevangenschap.
De heroprichting
Na de bevrijding werd het Belgische leger opnieuw opgebouwd. De nieuw gevormde eenheden namen daarbij de tradities over van de vroegere regimenten. Op 8 maart 1946 kreeg het 3e Bataljon van de 2e Brigade IJzer de eer om de tradities van het 5e Linie Regiment voort te zetten.
De naoorlogse periode
Na achtereenvolgens gelegerd te zijn in Weiden, Duisdorf en Lüdenscheid, vestigde het 5e Linie Regiment zich vanaf 8 oktober 1949 in Soest. In de periode 1945-1946 werden er wijzigingen doorgevoerd in de uniformen: de muts met floche verdween en het regiment kreeg een nieuw kenteken dat de Steen van Antwerpen voorstelde. Met de invoering van dit kenteken werd het regiment bekend als het ‘Vossenbataljon’.
Bij de ingang van de kazerne stond lange tijd een hok met een levende vos, geschonken door de Zoo van Antwerpen. Tijdens de Koreaanse Oorlog (1950-1953) leverde het 5e Linie Regiment verschillende officieren, onderofficieren, korporaals en soldaten voor het Belgische bataljon.
Marscompagnie Congo
Op 8 juli 1960, kort na het uitbreken van de onlusten in de Congo-Republiek, vertrok een Marscompagnie naar Katanga. Daar voerde de compagnie opdrachten uit in Elisabethstad en Jadotstad. Begin september 1960 werden de Belgische eenheden afgelost door UNO-troepen, waarna de compagnie van ons regiment als een van de laatste eenheden naar België terugkeerde.
Marscompagnie Ruanda-Urundi
In mei 1961 vertrok een Marscompagnie van het 5e Linie Regiment naar Urundi. Deze compagnie voerde opdrachten uit in heel Urundi en later, tot oktober 1961, ook in Ruanda.
43 jaar Soest
Tijdens het 43 jaar lange verblijf van het 5e Linie Regiment in Soest leverde het regiment een voortdurende bijdrage binnen de opeenvolgende strategieën van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). Dit gebeurde zowel in het kader van de strategie van wederzijdse gegarandeerde vernietiging als van de evenredige tegenactie.
De veranderende geopolitieke situatie – het einde van de bipolaire wereld en de implosie van de Sovjetunie – had een grote impact op de structuur van de Belgische strijdkrachten. In dit kader werden op 27 juni 1992 het 5e Linie Regiment en het Bataljon Bevrijding samengevoegd tot het Regiment Bevrijding – 5 Linie.